Dit depot voor brandstoffen dat vanaf 1952 het 532
Depot Kwartiermeester Klas III zou heten, besloeg niet minder dan
vier werkzones :
zone 1 : De zone langs de Koninklijke Baan ( huidige standplaats van
de Compagnie, het Kwartier Knapen ) met 18 ingedolven opslagtanks.
zone 2 : De zone Kanaal ( langs het kanaal Brugge - Zeebrugge ) met
12 opslagtanks
zone 3 : De zone Zeematex ( Reservebasis van de Zeemacht, huidige
Marine ) met 8 opslagtanks
zone 4 : Lissewege ( Kwartier Rademakers )
De verschillende zones werden verbonden door een ondergrondse pipe-line die toeliet van op de " Muur van Zeebrugge " product te ontvangen en dit dan aan de klant weer uit te delen per citernecamion of dito wagon, en dit vanuit " Zeematex" voor dieselolie en uit " Lissewege " voor benzine. Op dat ogenblik (1952) bestond de infrastructuur praktisch geheel uit houten barakken.
In 1968 werd aan het 532 Depot een bijkomende opdracht gegeven namelijk het uitwendig herconditioneren van de " Jerrycans " . Hiervoor werd er te Zeebrugge een fabriekshal opgetrokken die praktisch ononderbroken funcioneerde. Jaarlijks behandelden ze ongeveer 100.000 jerrycans.
Door de wet op de domaniale renovatie werd de Kazerne Rademakers-Knapen ( Brugge ) in 1971 teruggegeven aan de Stad Brugge. Op dat ogenblik werd het besluit genomen om een nieuw complex op te trekken te Lissewege ( huidige Kwartier Rademakers , leegstaande nu ) en over te gaan tot de modernisering van de installaties te Zeebrugge. Na de modernisering werd het accent van de bevoorrading verlegd naar Zeebrugge. In 1952 werd het depot onder bevel geplaatst van het 53 Bataljon Kwartiermeester om reeds in 1955, 3 jaar later, als onafhankelijke eenheid te moeten opereren.
.Uiteindelijk verloor het zijn onafhankelijkheid en
werd het aangehecht aan het 34 Bataljon Kwartiermeester om in 1965
terug onder het bevel te komen van het heropgerichte 53 Bataljon
Kwartiermeester ( waar hebben we zulke gebeurtenissen nog gezien ? )
In 1970 werd het depot , na ontbinding van het 53
Bataljon Kwartiermeester , terug een onafhankelijke eenheid en kreeg
het de naam Depot Lissewege. In 1975 werd het depot opgenomen in het
pas opgerichte Depot Complex Lissewege. Tevens werd in dat jaar het
onderdepot Maffle ( 935 Depot Klas III ) toegevoegd aan depot van
Zeebrugge.
De installaties van Zeematex en het Kanaal ( de
zones ) werden in 1984 en 1985 ledig gemaakt en gesloten.
In 1993 werd het fabriekje herconditioneren van jerrycans buiten
dienst gesteld. Deze installatie was operationeel van 3 augustus
1968 tot 29 maart 1993. De totale productie bedroeg 2.127.646
jerrycans.
In 1994 was het Depot , zijn onderdepot Maffle door de operatie BEAR 97 verloren maar in 1996 werd het onderdepot Grobbendonk toegevoegd aan de 930 Compagnie.
Op 1 augustus 1995 werd door reorganisatie een
nieuwe naam aan het Depot gegeven , de " 930 Compagnie Klas III "
Op 4 december 1996 aanvaardde de Stad Blankenberge het peterschap over de eenheid, waarmee deze zich ook naar buiten uit wist te profileren.
Eind 2002 werd de 930 Compagnie Klas III ontbonden
doch door het probleem van de bestaande stocks en de reglementering
" Vlarem II " werd de ontbinding uitgesteld tot .......De 930
Compagnie Klas III werd op 30 september als ondereenheid van de 101
Compagnie Ravitaillering onder het commando van het 29 Bataljon
Logistiek geplaatst, met benaming 101 Compagnie Ravitaillering /
Detachement Achterhoede Zeebrugge
